Vliegvissers-Gezelschap
Copyright © 2017 vliegvissers-gezelschap Tight-Lines | Alle rechten voorbehouden 
Tight-Lines
fishing the fly
   maar het is best fijn als iemand je de basis van het werpen uitlegt.
   werp instructeurs, die u graag de techniek van het werpen bijbrengen.
 Het werpen kan een van de vele genoegens of frustraties van het vliegvissen.  Met een licht hengeltje op 15 meter na een valse worp je droge vlieg in een gaatje tussen  de stenen of een open plek tussen de waterplanten laten dwarrelen, geeft je een heerlijk  gevoel van meesterschap, ook al is het de derde keer dat je het probeert.  Maar als je drie keer achter elkaar een vlieg kwijtraakt omdat je net de opening tussen de  takken achter je mist, dat kan je dat een uiterst moedeloos gevoel geven. Met een zware  hengel een loodlijn tegen de wind inwerpen en die fluitend zien wegschieten, de streamer  voor de pollak meeschietend,opzoek naar de diepte en de vis. Heerlijk, behalve als ze  dwarrelend weer naar je toe komt geblazen .Het werpen van een vliegenlijn is bijna niet uit  een boek te leren, eigenlijk moet je daarvoor door een instructeur worden begeleid.  Daarmee kan deze pagina afgesloten worden, maar er worden een aantal oefeningen  besproken en ook een aantal problemen met hun oorzaken. Dan kan men thuis ook nog  oefenen. En oefenen en uitproberen is de weg naar succes. De eerste oefening Neem de opgetuigde Vlieghengel losjes in de hand. Als je in het handvat knijpt dan worden je armspieren teveel gespannen en gebruik je teveel kracht bij het werpen. Het gaat bij het werpen niet om kracht, maar om snelheid. Snelheid die de hengel moet overbrengen op de lijn, en dat kan alleen als de lijn gestrekt is.Aan een lijn die gekronkeld is, kun je alleen het eerste deelsnelheid geven. De rest van de snelheid gaat verloren in het strekken van de lijn. Dit is het grondprincipe van het werpen vaneen vliegenlijn. Trek nu ongeveer 8 meter vliegenlijn van de reel en leg die gestrekt voor je uit. Gebruik de wijsvingergreep (je wijsvinger boven op het handvat) en klem de lijn losjes tussen de middelvinger van de hengelhand en het handvat van de hengel en houd die horizontaal. Nu wordt de hengel vanuit de elleboog met een versnellende beweging omhoog gedraaid tot de 12 uur positie en daar gestopt. De hengel zal op de 12 uur stand doorbuigen naar 1 uur. Dan wacht je even tot de lijn zich naar achter gestrekt heeft en vervolgens werp je de lijn weer naar voren. Daarbij wordt op de 10 uur positie weer gestopt en wordt vervolgens met de hengel de lijn nagewezen totdat de lijn weer gestrekt op de grond ligt.   Problemen: 1. De lijn valt voor je op de grond zonder zich te strekken. Je hebt niet gewacht totdat de lijn zich achter je gestrekt heeft en dan kun je de lijn nooit meer in zijn geheel de nodige snelheid geven. Het kan ook zijn dat de lijn zich achter je niet wil strekken. Om dat te zien moet je over je schouder kijken naar wat er achter je gebeurt. Als dat het geval is, moet je de worp naar achteren wat sneller uitvoeren. Een veel gemaakte fout is dat men de worp snel begint en dan de hengel geleidelijk afremt voor de stop.Dat is precies het omgekeerde van wat men moet doen : geleidelijk beginnen en de grootste snelheid bereiken net voor het stoppen.. 2. De lijn komt achter je op de grond. Je worp naar achter stopt niet om 12 uur, maar veelverder naar achteren. Zodoende werp je de  lijn achter je 'de grond in'. Als je onderarm wel op 12 uur is gestopt,dan buigt je pols te ver door naar achter, met het zelfde effect. Om dit tevoorkomen kun je in het begin het besteen dik elastiek (van de postbode of zo) om je pols ende onderkant van je hengel schuiven, ook kun je de onderkant van de hengel in je mouw schuivenom hetzelfde resultaat te bereiken. 3. De punt van de lijn slaat in het dikkere deelvan de lijn. Bij het werpen naar achter en naar voren vormt de lijn een liggende U, waarvan de ene poot steeds korter en de andere steeds langer wordt. Deze zogenaamde loop is te nauw,zodat de poten van de U tegen elkaar komen. Buig aan het einde van de voorwaartse worp dehand van uit de pols iets verder door naar beneden. Een andere reden kan zijn dat de lijn teweinig snelheid heeft. Probeer de hengel meer snelheid te geven: niet meer krachtgebruiken ofeen grotere beweging maken, maar alleen meer snelheid. 4. De lijn golft tijdens de worp. Je stopt wat te abrupt op de 12 en 10 uur positie. Probeer de stop iets af te dempen door het handvat losser vast te houden. 5. De lijn strekt zich in de lucht schokt aan het eind en valt dan in kronkels op de grond. De lijn wil verder vliegen dan dat je die ruimte geeft. Als dat gebeurt ben je goed bezig. Tweede oefening Werpen met gebruik van de lijnhand. Neem nu de lijn in de andere hand tussen duim en wijsvinger en houdt die bij de reel. Herhaal dan de eerste oefening. Probleem: De lijn wil zich niet meer strekken, maar komt in kronkels op de grond. Je houdt je lijnhand niet bij de reel. Daardoor kan er een lus tussen trekoog en lijnband ontstaan en kun je de snelheid van de hengel niet op de lijn overbrengen. Als er bij het begin van de worp al een lus was, gaat het ook mis, dus eerst de losse lijn wegnemen en dan pas werpen! Voor de overige problemen: zie de eerste oefening. Derde oefening Valse worpen. Leg nu de lijn niet meer af op de grond, maar wacht aan het einde van de voorwaartse worp tot de lijn zich in de lucht voor je heeft gestrekt en zet dan de achterwaartse worp in. De hengel blijft daarbij op de 10 uur positie wachten. Dan weer een voorwaartse worp en de lijn afleggen. je hebt nu een valse worp gemaakt.
Probleem: De lijn wil niet naar achteren, komt daar in kronkels uit en bij de voorwaartse worp vliegt de lijn om je heen. De timing deugt niet: wacht tot de lijn zich strekt, anders kun je de snelheid van je hengel niet op de lijn overbrengen. Het kan ook zijn dat je de hengel niet op tien uur stil houdt, maar de lijn nog nawees. Dan wordt je beweging soms te groot en gooi je de fijn achter je de grond in. Houd verder je lijnhand bij de reel, zodat de lijn onder spanning blijft staan. Een laatste oorzaak is dat je de lijn wel naar voren werpt, maar niet naar achteren. Je brengt je hengel wel naar achteren, maar zonder te werpen, dus zonder snelheid te maken. De werpbeweging naar voren en naar achteren zijn beide belangrijk, zonder een goede achterwaartse worp kun je niet naar voren werpen. Als de lijn er in bochten bij hangt, kun je die geen snelheid geven via de hengel. Vierde oefening Het schieten van de lijn. We gaan nu de lijn laten schieten. Als de lijn aan het eind van de worp nog snelheid over heeft en daardoor met een schok stil valt, kun je die snelheid nog gebruiken om een grotere afstand te bereiken. Trek daar voor eerst een paar meter extra lijn van de reel. Herhaal nu oefening drie, maar aan het eind van de voorwaartse worp om de lijn af te leggen laat je de lijn los, dus: duim en wijsvinger van de lijnhand uit elkaar en de lijn door je hand laten lopen. De lijn moet nu een aantal meters verder vliegen en gestrekt neerkomen. Dan klem je de lijn tussen de middelvinger van de hengelhand en het handvat en trek je de extra meters tussen de vinger en het handvat door met je lijnhand weer terug. Zo strip je de lijn binnen. Vervolgens herhaal je de oefening. Probleem: De lijn wil niet schieten. 1. Je liet de lijn niet op het juiste moment los of de snelheid van de lijn was te laag. Je moet pas loslaten als de lijn bijna gestrekt is, ook niet later. Voor de snelheid moet je eerst de achterwaartse worp versnellen voordat je de voorwaartse worp ook sneller maakt. Denk er om: welsneller, niet krachtiger! 2. De lijn zit ergens bij het handvat om de hengel gedraaid. Bij het werpen kan de lijn om het ondereind zijn gedraaid, dat kan zowel onder je reel als bij het trekoog zijn gebeurd. Alle problemen die de oorzaak zijn van zich niet strekkende lijnen van de voorgaande oefeningen kunnen hier ook een rol spelen. Je moet deze oefening pas gaan doen als bij de vorige oefeningen de lijn regelmatig door wil schieten maar niet kan. Vijfde oefening Het uitbrengen van de lijn. Het verlengen van de lijn in de lucht is een techniek die je nodig hebt bij het beginnen met vissen of als je een vis ziet die veel verder aast dan de afstand waarop je aan het vissen was. Spoel eerst de lijn op de reel totdat nog maar een meter vliegenlijn uit het topoog steekt. Neem dan de lijn onder je middelvinger van je hengelhand en het handvat en neem met je lijnhand de lijn vast tussen reel en je hengelhand. Trek tijdens de achterwaartse worp lijn van de reel door je lijnhand naar beneden te brengen en laat tijdens de voorwaartse worp die lijn schieten door je middelvinger van je hengelhand op te tillen en de lijn tussen duim en wijsvinger van je lijnhand door te laten glijden. Vervolgens klem je de lijn weer vast met je hengelhand en gaat de lijnhand weer naar de reel en trek je tijdens de achterwaartse worp weer lijn van de reel. Dat vraagt wat coördinatie van beide handen en je moet ook nog op de timing van de worpen letten: bij een korte lijn moet je korter en bij een lange lijn langer wachten. Probleem: De lijn komt overal, maar niet in de lucht. De grootste moeilijkheid zit in het verlengen van de wachttijd tussen de worpen omdat de lijn steeds langer wordt. Blijf in het begin naar je lijn kijken, voor en achter je en de timing gaat dan al snel beter. Verder is het uitvoeren van verschillende, niet gespiegelde bewegingen van beide handen altijd lastig. je kunt dat ook oefenen zonder hengel: de hengelhand naar achter en de lijnhand trekt naar beneden,dan de hengelhand naar voren en de lijnhand opent zich en gaat naar boven. Daarbij begin je met een snelle opvolging van voor en achterwaartse worpen en dat ga je steeds langzamer doen. Laat de lijn in je hoofd steeds langer worden. Ik zou dat niet doen tijdens je werk of in de kroeg; je hebt kans dat ze dan met een dwangbuis komen.   Oefening zes De Rolworp. De rolworp wordt gebruikt als je achter je rug geen ruimte hebt om je lijn te strekken. Struiken, een muur of een hoge wal maken het onmogelijk om de achterwaartse worp te maken en zonder achterwaartse worp geen voorwaartse. Toch is er een mogelijkheid, namelijk door de weerstand van het water te gebruiken om spanning op de lijn te krijgen. Leg daartoe de lijn gestrekt voor je op het water. Als je op het gras de rolworp wilt oefenen bevestig dan eerst een loodje aan je leader, zodat de lijn weerstand ondervindt bij het opnemen. Vervolgens steek je de hengel recht omhoog en iets achter je zodat de lijn achter je schouder komt te hangen. Nu maak je de werpbeweging naar voren, alsof je een normale voorwaartse worp maakt. Die stop je dan ook als de hengel op de stand 10 uur is aangekomen. Wijs nu met je hengel naar het doel en de lijn rolt zich nu in de vorm van een lus naar voren uit, als je het goed hebt gedaan. De nodige spanning op je hengel ontstaat doorde weerstand die de lijn op het water heeft. Als er te weinig lijn op het water ligt, lukt de worp ook niet goed. Verder kun je de rolworp alleen maken als de lijn op het water ligt bij diep zinkende lijnen krijg je de hele lijn nooit meer boven water om de worp te kunnen uitvoeren. Als er een sterke wind van links komt, houdt je de hengel rechts van je. Bij een sterke wind van rechts steek je de hengel over je linkerschouder terwijl je de hengel gewoon in je vaste hengelhand houdt. Problemen: 1. De lijn komt niet op gang: de lus zakt halverwege al in elkaar. Je hebt vermoedelijk te weinig snelheid gemaakt bij de worp, let wel: niet meer kracht, maar meer snelheid. 2. Het begin van de lijn spat in het water en valt dan dood. Je hebt vermoedelijk te ver doorgeworpen, ofwel te laat gestopt met werpen. Dan werp je de lijn in het water in plaats van er over heen en deze raakt daarmee haar snelheid kwijt. 3. De lijn komt wel in de lucht, maar krijgt geen snelheid genoeg om door te rollen. Bij te vroeg stoppen met werpen gooi je de lijn naar boven, Dan komt er te veel lijn ineens het water uit om nog genoeg spanning op je hengel te krijgen enkan die de rest van de lijn geen snelheid genoeg geven. Dus probeer recht vooruit te werpen doorop het juiste moment de worp te stoppen.   Overige worpen Je hebt nu leren werpen met een recht omhoog bewegende hengel. Er zijn nog veel meer worpen,zoals over de schouder van je lijnhand, en in een horizontaal vlak, naast je. Als de gewone worpen goed lukken kun je die ook eens proberen. Dan zijn er veel worpen die belangrijk zijn voor het vissen op stromend water, zoals de parachute worp, waarbij je de voorwaartse worp om 10 uur stopt en dan je hengel terugbrengt naar de 12 uur stand. je trekt daarmee de lijn weer een eindje naar je toe,waardoor bij het vissen stroomafwaarts een droge vlieg langer blijft drijven voordat de stroom de vlieg onder trekt. Dan is er de tuck-cast, waarbij je een rukje geeft op het moment dat de lijn gestrekt is en bijna op het water valt. Daarmee springt de leader terug en krijg je ruimte voor het wegdrijven van je droge vlieg of tijd voor het laten afzinken van je natte vlieg. De reach cast wordt gebruikt om het slepen van de droge vlieg over het water te voorkomen als je dwars op de stroom vist. Door bij de laatste worp met de hengel en gestrekte arm stroomopwaarts te wijzen wordt de lijn een stuk verder stroomopwaarts afgelegd en heeft langer gelegenheid mee te drijven tot de vlieg door de stroom wordt onder getrokken. Het leggen van bochten in de lijn links en rechts ('mending the line') helpt ook om het slepen (of 'drag') van de vlieg uit te stellen. Als de bocht stroomopwaarts ligt van een sneller stuk water, krijgt de vlieg in het langzamere water langer gelegenheid om ongestoord te drijven. Maar we hebben het hier over vliegvissen in Nederland. Als je de bovenstaan de zeven oefeningen goed onder de knie hebt moet je hier in Nederland goed met de vliegenhengel uit de voeten kunnen.
Werpen/Casten
Werpen met een vliegvishengel is zelf aan te leren, aanmodderen en de vlieg niet op de juiste manier presenteren is het grote gevaar dat er dan insluipt.  
Een geluk voor u, onze leden Ronald en Eric zijn gepassioneerde en gecertificeerde werp instructeurs, die u graag de techniek van het werpen bijbrengen.
Lees het volgende op uw gemak net als het oefenen met de worpen neem de tijd ook voor het lezen van onderderstaande text.
Copyright © 2017 vliegvissers-gezelschap Tight-Lines | Alle rechten voorbehouden 
Vliegvissers-Gezelschap
Tight-Lines
fishing the fly
 Het werpen kan een van de vele genoegens of frustraties van het vliegvissen.  Met een licht hengeltje op 15 meter na een valse worp je droge vlieg in een gaatje tussen  de stenen of een open plek tussen de waterplanten laten dwarrelen, geeft je een heerlijk  gevoel van meesterschap, ook al is het de derde keer dat je het probeert.  Maar als je drie keer achter elkaar een vlieg kwijtraakt omdat je net de opening tussen de  takken achter je mist, dat kan je dat een uiterst moedeloos gevoel geven. Met een zware  hengel een loodlijn tegen de wind inwerpen en die fluitend zien wegschieten, de streamer  voor de pollak meeschietend,opzoek naar de diepte en de vis. Heerlijk, behalve als ze  dwarrelend weer naar je toe komt geblazen .Het werpen van een vliegenlijn is bijna niet uit  een boek te leren, eigenlijk moet je daarvoor door een instructeur worden begeleid.  Daarmee kan deze pagina afgesloten worden, maar er worden een aantal oefeningen  besproken en ook een aantal problemen met hun oorzaken. Dan kan men thuis ook nog  oefenen. En oefenen en uitproberen is de weg naar succes. De eerste oefening Neem de opgetuigde Vlieghengel losjes in de hand. Als je in het handvat knijpt dan worden je armspieren teveel gespannen en gebruik je teveel kracht bij het werpen. Het gaat bij het werpen niet om kracht, maar om snelheid. Snelheid die de hengel moet overbrengen op de lijn, en dat kan alleen als de lijn gestrekt is.Aan een lijn die gekronkeld is, kun je alleen het eerste deelsnelheid geven. De rest van de snelheid gaat verloren in het strekken van de lijn. Dit is het grondprincipe van het werpen vaneen vliegenlijn. Trek nu ongeveer 8 meter vliegenlijn van de reel en leg die gestrekt voor je uit. Gebruik de wijsvingergreep (je wijsvinger boven op het handvat) en klem de lijn losjes tussen de middelvinger van de hengelhand en het handvat van de hengel en houd die horizontaal. Nu wordt de hengel vanuit de elleboog met een versnellende beweging omhoog gedraaid tot de 12 uur positie en daar gestopt. De hengel zal op de 12 uur stand doorbuigen naar 1 uur. Dan wacht je even tot de lijn zich naar achter gestrekt heeft en vervolgens werp je de lijn weer naar voren. Daarbij wordt op de 10 uur positie weer gestopt en wordt vervolgens met de hengel de lijn nagewezen totdat de lijn weer gestrekt op de grond ligt.   Problemen: 1. De lijn valt voor je op de grond zonder zich te strekken. Je hebt niet gewacht totdat de lijn zich achter je gestrekt heeft en dan kun je de lijn nooit meer in zijn geheel de nodige snelheid geven. Het kan ook zijn dat de lijn zich achter je niet wil strekken. Om dat te zien moet je over je schouder kijken naar wat er achter je gebeurt. Als dat het geval is, moet je de worp naar achteren wat sneller uitvoeren. Een veel gemaakte fout is dat men de worp snel begint en dan de hengel geleidelijk afremt voor de stop.Dat is precies het omgekeerde van wat men moet doen : geleidelijk beginnen en de grootste snelheid bereiken net voor het stoppen.. 2. De lijn komt achter je op de grond. Je worp naar achter stopt niet om 12 uur, maar veelverder naar achteren. Zodoende werp je de  lijn achter je 'de grond in'. Als je onderarm wel op 12 uur is gestopt,dan buigt je pols te ver door naar achter, met het zelfde effect. Om dit tevoorkomen kun je in het begin het besteen dik elastiek (van de postbode of zo) om je pols ende onderkant van je hengel schuiven, ook kun je de onderkant van de hengel in je mouw schuivenom hetzelfde resultaat te bereiken. 3. De punt van de lijn slaat in het dikkere deelvan de lijn. Bij het werpen naar achter en naar voren vormt de lijn een liggende U, waarvan de ene poot steeds korter en de andere steeds langer wordt. Deze zogenaamde loop is te nauw,zodat de poten van de U tegen elkaar komen. Buig aan het einde van de voorwaartse worp dehand van uit de pols iets verder door naar beneden. Een andere reden kan zijn dat de lijn teweinig snelheid heeft. Probeer de hengel meer snelheid te geven: niet meer krachtgebruiken ofeen grotere beweging maken, maar alleen meer snelheid. 4. De lijn golft tijdens de worp. Je stopt wat te abrupt op de 12 en 10 uur positie. Probeer de stop iets af te dempen door het handvat losser vast te houden. 5. De lijn strekt zich in de lucht schokt aan het eind en valt dan in kronkels op de grond. De lijn wil verder vliegen dan dat je die ruimte geeft. Als dat gebeurt ben je goed bezig. Tweede oefening Werpen met gebruik van de lijnhand. Neem nu de lijn in de andere hand tussen duim en wijsvinger en houdt die bij de reel. Herhaal dan de eerste oefening. Probleem: De lijn wil zich niet meer strekken, maar komt in kronkels op de grond. Je houdt je lijnhand niet bij de reel. Daardoor kan er een lus tussen trekoog en lijnband ontstaan en kun je de snelheid van de hengel niet op de lijn overbrengen. Als er bij het begin van de worp al een lus was, gaat het ook mis, dus eerst de losse lijn wegnemen en dan pas werpen! Voor de overige problemen: zie de eerste oefening. Derde oefening Valse worpen. Leg nu de lijn niet meer af op de grond, maar wacht aan het einde van de voorwaartse worp tot de lijn zich in de lucht voor je heeft gestrekt en zet dan de achterwaartse worp in. De hengel blijft daarbij op de 10 uur positie wachten. Dan weer een voorwaartse worp en de lijn afleggen. je hebt nu een valse worp gemaakt.
Probleem: De lijn wil niet naar achteren, komt daar in kronkels uit en bij de voorwaartse worp vliegt de lijn om je heen. De timing deugt niet: wacht tot de lijn zich strekt, anders kun je de snelheid van je hengel niet op de lijn overbrengen. Het kan ook zijn dat je de hengel niet op tien uur stil houdt, maar de lijn nog nawees. Dan wordt je beweging soms te groot en gooi je de fijn achter je de grond in. Houd verder je lijnhand bij de reel, zodat de lijn onder spanning blijft staan. Een laatste oorzaak is dat je de lijn wel naar voren werpt, maar niet naar achteren. Je brengt je hengel wel naar achteren, maar zonder te werpen, dus zonder snelheid te maken. De werpbeweging naar voren en naar achteren zijn beide belangrijk, zonder een goede achterwaartse worp kun je niet naar voren werpen. Als de lijn er in bochten bij hangt, kun je die geen snelheid geven via de hengel. Vierde oefening Het schieten van de lijn. We gaan nu de lijn laten schieten. Als de lijn aan het eind van de worp nog snelheid over heeft en daardoor met een schok stil valt, kun je die snelheid nog gebruiken om een grotere afstand te bereiken. Trek daar voor eerst een paar meter extra lijn van de reel. Herhaal nu oefening drie, maar aan het eind van de voorwaartse worp om de lijn af te leggen laat je de lijn los, dus: duim en wijsvinger van de lijnhand uit elkaar en de lijn door je hand laten lopen. De lijn moet nu een aantal meters verder vliegen en gestrekt neerkomen. Dan klem je de lijn tussen de middelvinger van de hengelhand en het handvat en trek je de extra meters tussen de vinger en het handvat door met je lijnhand weer terug. Zo strip je de lijn binnen. Vervolgens herhaal je de oefening. Probleem: De lijn wil niet schieten. 1. Je liet de lijn niet op het juiste moment los of de snelheid van de lijn was te laag. Je moet pas loslaten als de lijn bijna gestrekt is, ook niet later. Voor de snelheid moet je eerst de achterwaartse worp versnellen voordat je de voorwaartse worp ook sneller maakt. Denk er om: welsneller, niet krachtiger! 2. De lijn zit ergens bij het handvat om de hengel gedraaid. Bij het werpen kan de lijn om het ondereind zijn gedraaid, dat kan zowel onder je reel als bij het trekoog zijn gebeurd. Alle problemen die de oorzaak zijn van zich niet strekkende lijnen van de voorgaande oefeningen kunnen hier ook een rol spelen. Je moet deze oefening pas gaan doen als bij de vorige oefeningen de lijn regelmatig door wil schieten maar niet kan. Vijfde oefening Het uitbrengen van de lijn. Het verlengen van de lijn in de lucht is een techniek die je nodig hebt bij het beginnen met vissen of als je een vis ziet die veel verder aast dan de afstand waarop je aan het vissen was. Spoel eerst de lijn op de reel totdat nog maar een meter vliegenlijn uit het topoog steekt. Neem dan de lijn onder je middelvinger van je hengelhand en het handvat en neem met je lijnhand de lijn vast tussen reel en je hengelhand. Trek tijdens de achterwaartse worp lijn van de reel door je lijnhand naar beneden te brengen en laat tijdens de voorwaartse worp die lijn schieten door je middelvinger van je hengelhand op te tillen en de lijn tussen duim en wijsvinger van je lijnhand door te laten glijden. Vervolgens klem je de lijn weer vast met je hengelhand en gaat de lijnhand weer naar de reel en trek je tijdens de achterwaartse worp weer lijn van de reel. Dat vraagt wat coördinatie van beide handen en je moet ook nog op de timing van de worpen letten: bij een korte lijn moet je korter en bij een lange lijn langer wachten. Probleem: De lijn komt overal, maar niet in de lucht. De grootste moeilijkheid zit in het verlengen van de wachttijd tussen de worpen omdat de lijn steeds langer wordt. Blijf in het begin naar je lijn kijken, voor en achter je en de timing gaat dan al snel beter. Verder is het uitvoeren van verschillende, niet gespiegelde bewegingen van beide handen altijd lastig. je kunt dat ook oefenen zonder hengel: de hengelhand naar achter en de lijnhand trekt naar beneden,dan de hengelhand naar voren en de lijnhand opent zich en gaat naar boven. Daarbij begin je met een snelle opvolging van voor en achterwaartse worpen en dat ga je steeds langzamer doen. Laat de lijn in je hoofd steeds langer worden. Ik zou dat niet doen tijdens je werk of in de kroeg; je hebt kans dat ze dan met een dwangbuis komen.   Oefening zes De Rolworp. De rolworp wordt gebruikt als je achter je rug geen ruimte hebt om je lijn te strekken. Struiken, een muur of een hoge wal maken het onmogelijk om de achterwaartse worp te maken en zonder achterwaartse worp geen voorwaartse. Toch is er een mogelijkheid, namelijk door de weerstand van het water te gebruiken om spanning op de lijn te krijgen. Leg daartoe de lijn gestrekt voor je op het water. Als je op het gras de rolworp wilt oefenen bevestig dan eerst een loodje aan je leader, zodat de lijn weerstand ondervindt bij het opnemen. Vervolgens steek je de hengel recht omhoog en iets achter je zodat de lijn achter je schouder komt te hangen. Nu maak je de werpbeweging naar voren, alsof je een normale voorwaartse worp maakt. Die stop je dan ook als de hengel op de stand 10 uur is aangekomen. Wijs nu met je hengel naar het doel en de lijn rolt zich nu in de vorm van een lus naar voren uit, als je het goed hebt gedaan. De nodige spanning op je hengel ontstaat doorde weerstand die de lijn op het water heeft. Als er te weinig lijn op het water ligt, lukt de worp ook niet goed. Verder kun je de rolworp alleen maken als de lijn op het water ligt bij diep zinkende lijnen krijg je de hele lijn nooit meer boven water om de worp te kunnen uitvoeren. Als er een sterke wind van links komt, houdt je de hengel rechts van je. Bij een sterke wind van rechts steek je de hengel over je linkerschouder terwijl je de hengel gewoon in je vaste hengelhand houdt. Problemen: 1. De lijn komt niet op gang: de lus zakt halverwege al in elkaar. Je hebt vermoedelijk te weinig snelheid gemaakt bij de worp, let wel: niet meer kracht, maar meer snelheid. 2. Het begin van de lijn spat in het water en valt dan dood. Je hebt vermoedelijk te ver doorgeworpen, ofwel te laat gestopt met werpen. Dan werp je de lijn in het water in plaats van er over heen en deze raakt daarmee haar snelheid kwijt. 3. De lijn komt wel in de lucht, maar krijgt geen snelheid genoeg om door te rollen. Bij te vroeg stoppen met werpen gooi je de lijn naar boven, Dan komt er te veel lijn ineens het water uit om nog genoeg spanning op je hengel te krijgen enkan die de rest van de lijn geen snelheid genoeg geven. Dus probeer recht vooruit te werpen doorop het juiste moment de worp te stoppen.   Overige worpen Je hebt nu leren werpen met een recht omhoog bewegende hengel. Er zijn nog veel meer worpen,zoals over de schouder van je lijnhand, en in een horizontaal vlak, naast je. Als de gewone worpen goed lukken kun je die ook eens proberen. Dan zijn er veel worpen die belangrijk zijn voor het vissen op stromend water, zoals de parachute worp, waarbij je de voorwaartse worp om 10 uur stopt en dan je hengel terugbrengt naar de 12 uur stand. je trekt daarmee de lijn weer een eindje naar je toe,waardoor bij het vissen stroomafwaarts een droge vlieg langer blijft drijven voordat de stroom de vlieg onder trekt. Dan is er de tuck-cast, waarbij je een rukje geeft op het moment dat de lijn gestrekt is en bijna op het water valt. Daarmee springt de leader terug en krijg je ruimte voor het wegdrijven van je droge vlieg of tijd voor het laten afzinken van je natte vlieg. De reach cast wordt gebruikt om het slepen van de droge vlieg over het water te voorkomen als je dwars op de stroom vist. Door bij de laatste worp met de hengel en gestrekte arm stroomopwaarts te wijzen wordt de lijn een stuk verder stroomopwaarts afgelegd en heeft langer gelegenheid mee te drijven tot de vlieg door de stroom wordt onder getrokken. Het leggen van bochten in de lijn links en rechts ('mending the line') helpt ook om het slepen (of 'drag') van de vlieg uit te stellen. Als de bocht stroomopwaarts ligt van een sneller stuk water, krijgt de vlieg in het langzamere water langer gelegenheid om ongestoord te drijven. Maar we hebben het hier over vliegvissen in Nederland. Als je de bovenstaan de zeven oefeningen goed onder de knie hebt moet je hier in Nederland goed met de vliegenhengel uit de voeten kunnen.
Werpen met een vliegvishengel is zelf aan te leren, aanmodderen en de vlieg niet op de juiste manier presenteren is het grote gevaar dat er dan insluipt.
Een geluk voor u, onze leden Ronald en Eric zijn gepassioneerde en gecertificeerde werp instructeurs, die u graag de techniek van het werpen bijbrengen. Ook andere leden willen graag hun steentje bijdragen om u beter als vliegvisser aan de waterkant te krijgen.
Lees het volgende op uw gemak net als het oefenen met de worpen neem de tijd ook voor het lezen van onderderstaande text.